In A New York Cab, II

Volgens de berekeningen van New York State Comptroller Thomas Di Napoli zullen door de financiële crisis nog eens 10.000 mensen op Wall Street tegen eind volgend jaar hun baan verliezen. Dat zet de teller sinds de bankencrisis van 2008 al op 32.000. In werkelijkheid zijn het er waarschijnlijk nog meer.

En dan begint het, die duizenden mensen die opnieuw op zoek moeten naar werk. Scott Curtis is een van die ex-Wall Street traders. Tegenwoordig rijdt hij met de taxi om zo opnieuw op Wall Street te geraken. Zijn cv hangt zichtbaar op de achterbank, zodat passagiers weten wie hen rondrijdt.

‘Ik hoop dat hij niet helemaal uptown moet, want daar heb ik niet meteen zin in’, zegt Scott Curtis als hij aanstalten maakt om de volgende klant op te pikken. Even later zijn we onderweg naar de 125ste straat, uptown dus en niet naar de zin van Curtis, maar hij laat niets merken, Taxi rijden met een glimlach. Maar niet van harte.

Achteraan in zijn auto heeft Curtis een papiertje opgehangen waarin hij zichzelf promoot. Een man met ervaring, niet bang om hard te werken, Pech gehad, maar wil opnieuw naar Wall Street. ‘Geeft u mij een job, beste klant? You won’t be sorry’.

Het is de tweede nacht die ik doorbreng met Curtis in zijn taxi. Zelf had hij er nooit aan gedacht om taxichauffeur in New York te worden. Maar het noodlot bracht hem hier.

‘Vijfentwintig jaar heb ik gewerkt op Wall Street’, vertelt Curtis, laverend tussen 4th en 5th Avenue. ‘Traden, dag in dag uit, maar toen het bedrijf waar ik voor werkte, werd overgenomen door Merrilll Lynch, besloot ik op mijn eentje verder te gaan.  We zijn dan 1998. Ik had net een zware operatie achter de rug en wilde niet meer terugkeren. En het lukte, ik deed het goed en het geld bleef binnenstromen.

Ik had het allemaal: miljoenen dollars, een appartement in New York, een huis in Miami. En natuurlijk een geweldige vrouw en twee schatten van kinderen. Maar dan in 2008, dan komt plots de bankencrisis…

In een paar maanden tijd verliest Curtis alles wat hij heeft. De banken gaan onderuit en sleuren honderden bedrijven mee in hun val. Ook dat van Curtis: ‘hebzucht… we dachten dat de sky the limit was; de banken zouden toch nooit failliet gaan.  En al die kleine bedrijven bleven maar traden omdat ze dachten dat er toch geld genoeg was. De grootste vergissing van mijn leven. Alles ging te goed, ik had er bij moeten stilstaan. Als alles te evident is, is er iets niets juist’.

Curtis verkoopt zijn appartement in New York en vliegt terug naar Miami. Maar de de schuldenput is zo diep dat hij ook daar zijn villa van de hand moet doen. Zijn relatie lijdt onder de spanningen en zijn vrouw verlaat hem. Een vechtscheiding en Curtis is ‘blij dat hij van haar af is’. Maar zijn gezicht verraadt iets anders. Hier naast me in de taxi zit een man die terug verlangt naar het gewone gezinsleven met vrouw en kinderen. Meer nog dan naar zijn luxeleven.

Het is elf uur ‘s avonds, we zijn al vijf uur aan het werk, Omdat Curtis me vertelde dat hij vroeger haast elke avond sushi at, neem ik hem mee uit eten, Een half uurtje bij de Japanner kan er wel vanaf. Hij bedankt me uitvoerig voor de sushi en geniet van de blokjes rijst en vis. We zitten in een obscuur Japans eethuis. In een ver verleden deed Curtis alleen sterrenrestaurants aan, maar het deert niet, Het eten is hier heerlijk en Curtis geniet. Anders overleeft hij op afhaalchinees en pizza. Ja kan in New York aan 1 dollar pizza slices geraken en hij weet ze allemaal zijn.

Even later rijden we verder op 6th Avenue, richting Central Park. Het is een drukke avond. ‘Ik blijf liever downtown’’, zegt Curtis. Hier kan je veel meeer volk oppikken en verdien ik dus meer. Een fietser schiet plots voor de auto en Curtis kan nog net op de rem gaan staan. Er volgt een bulderende scheldtirade. De voormalige footballcoach maakt ondanks zijn postuur weinig indruk op de fietser. ‘Sorry, zegt Curtis, soms ben ik wat opvliegend, maar met de taxi rijden is een mentale kwelling. Het is overleven, meer niet. En overleven is moeilijk’, zucht hij.

‘En toch is dit de enige manier om me terug op de arbeidsmarkt te krijgen’, gaat Curtis verder. ‘ Ik wou niet in Miami blijven, er is daar geen werk. En plots kwam ik op het idee om met de taxi te rijden en mezelf zo te promoten’.

Op het tussenstuk tussen de chauffeur en de passagiers, heeft Curtis een papiertje gehangen. De boodschap is duidelijk: ‘Denk je nu echt dat ik mijn hele leven taxichauffer wil blijven? Ik werkte op Wall Street, verloor mijn job door de crisis. Hebt u iemand nodig? Aarzel niet. U zal er geen spijt van hebben.’

‘Je weet nooit wie ik in mijn taxi krijg’, gaat hij verder. ‘Ik pik zoveel zakenmannen op en er moet toch iemand tussenzitten die een job heeft. Het is nutteloos op mezelf op internet ergens te promoten op al die sites met jobs. Ik ben er een van de zovelen. Hier is over nagedacht en ik hoop dat de mensen dat waarderen’.

Waarderen doen de klanten het zeker, want iedereen die in de taxi komt, left mee met Curtis. ‘Dat het erg is en zo met die crisis…’ Maar een job? Die krijgt Curtis niet aangeboden als ik bij hem in de taxi zit.

‘Tja’, mijmert Curtis, ‘het mag wel eens gaan gebeuren. Het is nu al acht maanden dat ik zo rondrijd. Ik heb mezelf een jaar gegeven om opnieuw werk op Wall Street te vinden’. Curtis kijkt me aan en lacht: ‘en wat als het niet lukt, ga je nu vragen zeker? Wel, dat zien we dan wel weer. Misschien toch nog wat langer met de taxi rijden’.

We rijden verder de nacht in. Een klant geeft hem een fooi van vijf dollar. Curtis is er blij mee. Alles is welkom. ‘Ik vlieg elke twee weken naar Miami om mijn kinderen te zien en dat kost ook geld. En terug naar ginder verhuizen is geen optie. Dus ik blijf werken. Duizend dollar per week verdien ik en ik werk zes dagen op de zeven, uitsluitend ‘s nachts. Het is beter dan niets’. En dan gaan de gedachten van Curtis terug naar Wall Street: ‘De week van mijn verjaardag in 1999 heb ik 540.000 dollar verdiend. Het hoogste bedrag wat ik ooit in een week heb binnengehaald. En nu ben ik tevreden als klanten me een fooi van vijf dollar geven. Een les in nederigheid’.

Curtis zet me af op de hoek van Broadway en Houston. Ik neem de metro terug naar huis. Voor ik uitstap vraag ik hem nog waar hij eigenlijk slaapt? ‘Bij mijn broer in de woonkamer, op een luchtmatras op de grond. Ik kan me voorlopig geen eigen stek veroorloven. Maar ook dat zal ooit veranderen’. En weg is hij, onderweg om de zoveelste klant op te pikken, misschien wel iemand van Wall Street. Maar hoe groot is die kans…

video hier