Abu Dinges

Abu dinges, niet schieten...

"Een klassieker is geboren", tweette een collega na het horen van bovenstaande woorden. Ze komen uit een Youtubefilmpje, waarin je ziet en hoort hoe een Belgische strijder in Syrië even niet meer weet wat nu weer de nieuwe naam was van zijn Moslimbroeder. Abu dinges is gewoon Mohammed, Brahim of Pieter, zo u wil.

Maar het Antwerpse accent dat weerklinkt over de Syrische vlakten, zit ons niet lekker.

Want plots zijn ze daar; ze heten Brian, Jejoen of Sami. Jonge gasten, erg beïnvloedbaar door wat ze zien of horen uit radicale moslimorganisaties. En dan vertrekken ze, met de wagen (of het vliegtuig) naar Turkije en dan de grens over met Syrië om er te vechten met, in het slechtste geval, schimmige organisaties als het Al-Nusra front.

De ophef van de laatste dagen doet vermoeden dat we met een heel nieuw fenomeen zitten, maar dat is niet zo. Hetzelfde gebeurde al in de jaren 90 toen jongeren, maar ook oudere mannen, geronseld werden om te gaan vechten in Afghanistan of Tsjetsjenië.

Alleen lijkt de wereld, mede door het internet en het almaar groeiende belang van internationale conflicten, crisissen en gebeurtenissen tout court op onze samenleving, een pak kleiner dan toen. En sinds 9/11 is ook het moslimradicalisme uitgegroeid tot een sluimerende Koude Oorlog van het laatste decennium.

Task Force

Door de media-aandacht van de voorbije dagen heeft minister van Binnenlandse Zaken Joëlle Milquet een ‘Task Force Syrië’ opgericht. Daarin zitten de Staatsveiligheid, het anti-terreurorgaan OCAD, het federaal parket en vertegenwoordigers van de federale en lokale politie. De schreeuw om hulp van de ouders en familie van onder meer Brian en Jejoen liggen mee aan de basis van een versnelde actie.

Nochtans is zo een werkgroep iets wat al langer wordt gevraagd door de inlichtingendiensten. 

Een greep uit de maatregelen:

- wekelijks overleg van de task force

- specifieke opleiding van agenten om radicalisme te herkennen en op te sporen

- nauwere samenwerking tussen de inlichtingendiensten

- overleg op Europees niveau

- en het openen van een centraal meldpunt. Lees een emailadres waar u terecht kan als u vragen heeft.

Sta ons toe niet helemaal onder de indruk te zijn van die maatregelen. Bovendien zou je verwachten dat ze er zeker al een jaar of tien zouden zijn en de nodige instanties er op verder bouwen.

Uiterst recht Raphael Gendron, een Belgische strijder in Syrie.

Uiterst recht Raphael Gendron, een Belgische strijder in Syrie.

Wat na de terugkeer?

De grootste vrees van de inlichtingendiensten is niet zozeer het aantal jongeren dat naar Syrië vertrekt. Op basis van welke wet kan je het hen immers verbieden? Vorig jaar nog zijn 13 moslim-extremisten vrijgesproken. Volgens de rechtbank was het klaar en duidelijke dat ze waren gaan strijden in Tsjetsjenië, maar was niet bewezen dat ze zich hadden aangesloten bij een terroristische groepering. 

Maar wat als die jongeren op een dag terugkomen? De ene zal gedesillusioneerd zijn door de bittere realiteit van de oorlog; het martelaarschap oogt altijd net iets exotischer vanop afstand.

Anderen zijn dan weer overtuigd van de Heilige Strijd en hebben mogelijk ideeën die niet stroken met wat in onze maatschappij algemeen wordt aanvaard. 

Herinnert u zich Mohammed Merah nog? Merah schoot in maart 2012 drie kinderen en een rabbijn dood in een Joodse school in Toulouse. Onderzoek wees uit dat hij zeker geen eenzaat was, maar intensief contact had met tientallen radicale moslims in zeker twintig landen en er ook tientallen trips naar het Midden Oosten had opzitten. 

Hoeft het gezegd dat niemand wil dat zo een scenario zich -eender waar- herhaalt?

Aanpak op alle fronten

Het is dus tijd om nog maar eens de discussie aan te gaan over hoe de voedingsbodem aan te pakken van de radicalisering: de moeilijke integratie van sommigen, de werkloosheid bij (allochtone) jongeren die in Brussel rond de 20% schommelt, de vaak moeizame betrokkenheid in de samenleving… 

Maar ook voor de Imams is er een grotere verantwoordelijkheid weggelegd. De meesten onder hen worden in het buitenland opgeleid en spreken vaak niet onze taal. Maar het zijn zij die voorgaan in de moskee en binnen hun gemeenschap een leidende rol kunnen spelen. Iets wat ook bevestigd wordt door de Antwerpse Imam Nordine Taouil: " Imams spreken vaak de taal niet en volgen niet wat er in de actualiteit gebeurt en prediken dus in een verkeerde context". 

Geen enkele oplossing is zaligmakend. Het zal altijd een optelsom zijn van de aanpak op verschillende fronten.

Gelukkig heeft de meerderheid van de (moslim)jongeren geen boodschap aan radicalisme. ‘Een bende idioten die het voor de rest verpest’, klonk het vorige week nog in Vilvoorde, waar een aantal strijders vandaan komt. En intussen ging de voetbalwedstrijd in het nieuw aangelegde sportpark voort. Want ver weg van alle conflicten in het Midden Oosten is er een grote groep jongeren die gewoon naar school wil gaan, werk vinden, trouwen, kinderen krijgen, ... En geen zin heeft om martelaar te zijn voor een oorlog die niet de hunne is. 

De jonge Sean Pidgeon uit Brussel heeft de strijd in Syrië niet overleefd. Hij is waarschijnlijk de eerste Belgische strijder die er sterft, gesneuveld op 15 maart en begraven in Syrische grond.

Intussen is het hopen dat Abu Dinges en de anderen de oorlog in Syrië overleven. Brian en de anderen horen bij hun ouders thuis. Op zaterdag naar de jeugdbeweging. En voor de rest jong zijn.

Iets wat hun leeftijdsgenoten in Syrië alvast is ontnomen.