Wiskunde en chemie lossen mysteries op - Over storytelling in de klas.

Onlangs kreeg ik de vraag van een academische uitgeverij om te spreken over storytelling tijdens infodagen voor directies van het lager onderwijs. Vooral in Nederland is er erg veel aandacht voor de pedagogische meerwaarde van (digitale) storytelling in het onderwijs.

Die benadering van verhalen vertellen is uiteraard heel anders dan de storytelling die bijvoorbeeld journalisten en reportagemakers toepassen.

Het onderwijs en mijn leefwereld - die van de journalistiek - liggen mijlenver uit mekaar.
Maar toch.
De kracht van storytelling is universeel en of je nu mondeling verhalen vertelt of door middel van beeldverhalen, er zijn heel wat gelijkenissen.

Wat hier volgt is een uittreksel uit mijn lezing voor een publiek van leerkrachten.

 

Er was eens...

... heel lang geleden in een land ver weg… leerkrachten gebruikten geen overhead projectors, powerpoint-presentaties en later slimme borden.
Ze gebruikten simpelweg verhalen om hun kennis te delen.

 

Woorden en verbeelding.
Een boeiend verhaal brengen kan soms op een heel eenvoudige manier.

Kijk even naar dit filmpje over "The Book With No Pictures" van BJ Novak,

 

Probeer even terug te denken aan de dagen dat u zelf in de klas zat? Wat zijn de momenten die u het meest zijn bijgebleven?

Voor mij was één van die momenten in het jaar dat ik 10 was, 27 jaar geleden nu. Ik zat bij meester Blokken in de klas toen plots een man de klas binnenkwam en de ruimte vulde: Rik Penders.

Hij kwam vertellen over wat hem passioneerde: dictie en voordracht. Hij gaf les aan de muziekacademie en kwam vertellen welke naschoolse lessen je er allemaal kon volgen.
Door zijn manier van praten, zijn liefde voor het verhalen vertellen, was ik meteen overtuigd van iets wat blijkbaar al onbewust in me aan het broeien was: dit is iets wat ik wil doen, leren verhalen vertellen, op een podium staan en mensen boeien.
Met woorden kan je mensen beroeren zei de man en dat is me nooit meer ontgaan.

Ik weet de juiste datum niet meer.
Maar dat moment zal me altijd bijblijven. Zowel zijn verhaal als het mijne.
Door de gepassioneerde manier waarop hij vertelde over taal; over hoe je kan spelen met woorden en daar emoties mee kan losmaken.

Maar dus ook de manier waarop hij met weidse gebaren mij inpakte, zal ik niet snel vergeten.

Ik ben al bijna 20 jaar journalist, reportagemaker en presentator bij verschillende media. Vandaag werk ik met heel veel liefde bij en voor Koppen. Omdat we daar elke week in prime time grote en kleine verhalen mogen maken over de meest uiteenlopende onderwerpen uit onze samenleving.

Sinds die dag dat Meneer Penders de klas binnenkwam is er voor mij heel veranderd. Ik vertel niet enkel verhalen door woorden, integendeel. Ik doe het vooral met beelden. Storytelling is wat mij bezighoudt. In de eerste plaats in de journalistiek. Storytelling is weten hoe je boeiende verhalen vertelt, maar ook via welke platformen je de verhalen best tot bij de kijker brengt.

 

[...]

 

 

Verhalen vertellen lijkt in de menselijke genen te zijn geprogrammeerd. Het is al duizenden jaren de meest belangrijke vorm van communicatie.

 

 

We vertellen elke dag verhalen:
je partner die vraagt hoe je dag was

een statusupdate op Facebook

roddelen over bazen of collega’s aan de koffieautomaat.

Elke dag delen we tientallen verhalen:

Verhalen vertellen wie we zijn.

Verhalen zijn nodig om de wereld te begrijpen.

Zeker in de tijd dat het overgrote deel van de bevolking niet kon lezen of schrijven, was het 'doorvertellen' de belangrijkste manier van kennis doorgeven.

Verhalen werden ook verteld om de harde werkelijkheid even te vergeten en weg te dromen in een andere wereld: volksverhalen, al dan niet echt gebeurd. En waar de realiteit en de fantasie naadloos in mekaar overliepen.

 

Vertellers geven via hun verhalen de cultuur en de tijdsgeest van een samenleving door.

Elke tijd, elk land, elke groep mensen en zelfs elk mens heeft zijn eigen verhalen. Verhalen die verteld worden, groeien. Ze worden steeds fraaier en spannender, en gaan met hun tijd mee.

 

De mondelinge overlevering is voor verhalen geen belangrijke voorwaarde meer. Dankzij mobiele telefoons en sociale media verspreiden verhalen zich nu razendsnel: woorden en vaak ook beelden.

 

Het vertellen van verhalen is een kunst.

 

Iedereen kan een verhaal vertellen, maar een verhaal goed vertellen is een kunst.

Boeiend verhalen kunnen vertellen is een kwestie van aanleg en ervaring.

Photo courtesy of Creative Commons Image

Photo courtesy of Creative Commons Image

Een van mijn favoriete non-fictie auteurs is Malcom Gladwell en hij heeft een boek geschreven dat Outliers heet. Daarin spreekt hij over de 10.000 hour rule. Je begint pas iets te kunnen als je het 10.000 uur aan een stuk doet. Dat is tegen een werkdagen van 8 uur, 3,5 fulltime jaren, inclusief weekends.

Acht uur is intens. Acht uur zonder pauze verhalen vertellen...
Om u maar een idee te geven dat je vooraleer je iets kan, er heel lang mee bezig moet zijn. Maar laat u vooral daardoor niet tegenhouden. Storytelling, in welke vorm, dan ook, is valen, opstaan, fouten maken, opnieuw beginnen en groeien.

 

Aristoteles wist het al

De dramatische structuur van verhalen gaat al mee sinds de tijd van Aristoteles (ca. 335 AC):

We kennen hem ook als de '3 act structuur'.
Die structuur gaat vandaag nog altijd mee.
Onze hersenen zijn ingesteld om te denken en zich uit te drukken in termen van een begin, midden of een einde. Zo begrijpen we de wereld. Volgens een logische structuur.

 

Hoe is een verhaal opgebouwd?

Expositie: situatie op dit moment.

Incident: frustratie, hier ontstaat het verhaal.

Reactie en conflict: frustratie / crisis. Alle figuren, spelers en elementen komen in beeld.

Climax: hoogtepunt.

Oplossing/afwikkeling: positief of negatief.

 

In elk verhaal komt deze structuur terug: in films, sprookjes, reportages, documentaires, mondelinge verhalen.

Gustav Freitag, de 19e eeuwse Duitse schrijver, tekende deze structuur:

foto bron: Mr Fosters literature class

foto bron: Mr Fosters literature class

Het schema van Freitag heeft een interessante vorm. Het toont wat verhalen doen met een mens. De luisteraar/kijker/leerling zit in zijn leefwereld, in 'vandaag', het 'leven zoals het op dat moment is'.
En plots begint het verhaal en je moet als verteller de luisteraar -en in mijn geval de kijker- in je verhaal trekken. Een incident, een conflict en de opbouw naar een climax doen iets met de luisteraar of kijken; je gaat zelfs fysieke gevolgen voelen; spanning, blijdschap, verdriet, boosheid. Die gevoelens stijgen tot de climax. En dan komt de afwikkeling. het verhaal, maar ook je lichaam gaat bepaalde gevoelens terug afbouwen tot de of een gewone situatie.

Goed vertelde verhalen creëren een betrokkenheid. Dat is een begrip dat voor mij als journalist/verhalenmaker erg belangrijk is.

Sprookjes bijvoorbeeld, maar uiteraard ook andere (volks)verhalen, geven een beeld van angsten en verlangens, van normen en waarden, in een bepaalde tijd. Ze gaan over zaken die mensen bezighouden.

Het gaat over de

Universal Connection

Onlangs brachten we in Koppen een reportage over jonge bedrijfsleiders. Maar de onderliggende betrokkenheid focuste op jonge mensen die belasten moeten nemen in het leven door bepaalde situaties. Dat is herkenbaar. Iedereen neemt beslissingen in het leven of heeft er genomen die bepaalde gevolgen hadden. Dat is interessanter dan een kurkdroge reportage over hoe je het beste een bedrijf leidt.

Goede verhalen gaan over universele gevoelens als eenzaamheid, liefde, dood, geluk, ...

Hieronder staat een fragment uit de reportage 'Het Gewicht van Eenzaamheid'. De basis van deze reportage was de problematiek rond de subsidies die zouden verdwijnen voor de zorgregisseurs in Brussel, waardoor heel wat oudere mensen niemand meer zullen hebben die hen in contact kan brengen met sociale diensten als bijvoorbeeld huishoudhulp.

 

"Vertel me iets en ik zal het vergeten.

toon het me en misschien onthoud ik het

Betrek me in je verhaal en ik zal het begrijpen."

 

 

Verhalen vertellen gaat verder dan ‘tell me’, iets vertellen.

Wat je dus wilt, is die betrokkenheid: ‘involve me’. Daarom zoek ik altijd naar die universele connectie. Of ik nu beeldmatig iets vertel of mondeling. Kijk naar het Journaal of het Nieuws, aaneenschakeling van reportages en feiten. Logisch ook. maar welke verhalen springen eruit. Diegene die goed verteld zijn, die me raken als kijker en die me betrokken doen voelen. In de marketing hebben ze het over ‘what’s in it for me?’ Waarom moet ik dit product kopen? Waarom word ik hier beter van? Of dus: Waarom moet ik dit weten.

 

Wiskunde als mysterie

Er is een verschil tussen kennis overdragen, doceren en een verhaal vertellen. 
Een verhaal vertellen is meer dan feiten geven.

Wat ik voor mezelf als journalist heb vastgesteld: vertel niet alleen het verhaal van de feiten zelf, maar ook alles errond of de weg er naartoe die bezaaid is met hindernissen. Het maakt alles zoveel en oneindig meer boeiend.

En het is in de huid van een ander kruipen en van binnenuit een belevenis delen met de luisteraars.

Maar in de wetenschap dat alles en iedereen een verhaal is of heeft, waarom trekken we die narratieve structuur niet door naar het onderwijs? Waarom kan fysica of chemie niet het proces zijn van mysteries oplossen, net als wiskunde? Als ik naar mijn eigen achtergrond kijk, kan ik alleen maar zeggen dat ik amper interesse had in wetenschappelijk vakken. Ongetwijfeld zal dat wel deels te maken hebben met mezelf, maar misschien ook met de manier waarop de rationale leerstof werd gegeven. En dat is geen verwijt, slechts en vaststelling.

 

Kijk even naar de eerste drie minuten van deze reportage van de New York Times over een leerkracht, Mr Wright. Wright is een populaire leerkracht fysica uit Louisville in de VS, die allerlei experimenten gebruikt om de wereld en het universum uit te leggen aan zijn leerlingen.

"Hij geeft mij het gevoel dat hij om mij geeft", zegt één van de leerlingen. Mooi toch als je dit kan doen met de manier waarop je een verhaal in de klas brengt.

 

Storytelling is niet meetbaar

 

Verhalen vertellen gaat dus niet alleen over content, maar gaat dus over interactie. Zet me aan tot iets, tot nadenken of tot handelen. Na het verhaal van Meneer Penders in de vijfde klas ben ik me gaan inschrijven in de dictie- en voordrachtklas en dat heeft me mee gemaakt tot wie ik vandaag ben.

Dat is concreet. Maar moet dat altijd?

 

Ik heb het gevoel dat succes van het onderwijs wordt op dit moment vaak afgemeten aan toetsbare resultaten. Storytelling lijkt daar niet meteen in te passen. Want is het net niet de leerkracht die vooral de inspanning doet?

Maar naar een verhaal luisteren en de woorden omzetten in beeld in je hoofd is, vermoed ik, voor kinderen even hard werken.
Kinderen leren allemaal lezen. In handboeken staat er heel wat controlevragen. Maar ook belevingsvragen zijn minstens even belangrijk.

 

Op de 'Opgroeienblog' lees ik dat uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat het vertellen van verhalen een belangrijke pedagogische waarde heeft.

Verhalen
bevorderen de ontwikkeling van vaardigheden zoals verbeelding en creativiteit,
intercultureel begrip,
mondelinge en communicatieve vaardigheden in de moedertaal en in vreemde talen.

Bovendien blijkt dat leerkrachten die storytelling gebruiken, hun leerlingen meer motiveren.

[...]

En dus zijn verhalen veel meer dan alleen maar vertelsels.

bronnen: Opgroeienblog.wordpress.com -  kunstzone